Avignon – Frankrijk – 2006 – Frans van Mil
Het bevorderen van de
Professionele Handelingsruimte
pakt mijn visie op het begeleiden van collega’s wel samen. Zoals in de zelfbeoordelingstabel is te zien, raakt dit mijn waarden en komt dit voort uit mijn zingeving (zie Beeldverslag LA1).
De rol van onderwijsontwikkelaar kan mijns inziens dan ook alleen toegepast worden door deze met anderen uit te voeren. Dus door collega’s te ondersteunen met onderwijsvernieuwing/verandering geeft dit zin aan de rol van onderwijsontwikkelaar.
Hierdoor maak ik hen bekwaam en vergroot ik hun professionele handelingsruimte t.a.v. onderwijsontwikkeling. Dit zal de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen waardoor de studenten FHSS ‘beter’ voorbereid zijn op het vak van sociaal werker.

Hoe heb ik dat gedaan?
Niet alle docenten nemen hun professionele ruimte en bevinden zich bijvoorbeeld onder – tegen (Roos van Leary). Het hebben van professionele ruimte is één, het benutten daarvan is een tweede.
Mijn doel is om in een gesprek een veilige sfeer te creëren om samen Video O3 – 1:36 met de ander te onderzoeken wat er aan de hand is (Dilts, 2003). Het helpt mij om tijdens het proces een boven – wij positie in te nemen en als het om de inhoud gaat, een onder – wij positie. Zo kan de collega zich actief (boven) richten op de inhoud, wat autonomie bevorderend werkt. Daarbij dien ik te waken dat mijn enthousiasme niet doorslaat in ongeduldigheid (Offman, 2017). Ook buiten FHSS zet ik op dezelfde manier deze rol in Video B3 – 0:41. Zoals te zien is in de screencast van LA3 is mijn handelen als gesprekspartner te duiden als boven – wij en gericht op positiviteit Video O4 -1:35 (Koopman, 2018).
Het begeleiden van collega’s om het onderwijs en studenten voor te bereiden op de toekomst, zie ik als een essentiële taak van de onderwijsontwikkelaar.
Op naar de toekomst! Een utopie?

link> LA4